GUTSHERR - vertaling in Nederlands

landheer
gutsherr
vermieter
grundherr
lankreises
landbaron
squire
baas
boss
chef
chefin
chief
anführer
kommando
vorgesetzte
sagen
heer
herr
lord
gentleman
mylord
schildknaap
knappe
gutsherr
schildknappin
stallmeister
schildknappe
landeigenaar
grundbesitzer
gutsbesitzer
landbesitzer
gutsherr

Voorbeelden van het gebruik van Gutsherr in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
er die Herzogin heiratet, wird er Gutsherr und so weiter. Das Stallmädchen aber,
hij de hertogin wil….. trouwen en de landeigenaar worden, of het stalmeisje,
die anderen zwei Drittel der Gutsherr.
een derde aan de en een derde aan de koning.
Der große John Mitchell, der Gutsherr, ist einem Mann treu ergeben, der ihn nicht mal zurückruft.
Leeft toegewijd aan een man die hem niet eens terugbelt. John Mitchell, heer des huizes.
Herzog von Schleswig und Gutsherr in Sörup die Kirche als Patronatskirche errichten ließ- mutmaßlich von Handwerkern,
die als hertog van Sleeswijk en heer van Sörup de kerk als patronaatskerk liet bouwen, mogelijk door dezelfde
Kays Gutsherr zu sein.
is hij voorbestemd om Kay's schildknaap te zijn.
Between Heaven and Hell Film Online- Sam Gifford, Gutsherr des Südens heiratete die Tochter des Oberst
Between Heaven and Hell online kijken- Sam Gifford, een landeigenaar van zuiden trouwde met de dochter van een kolonel
das mit Louis de Collas(1390-1458), Gutsherr auf Rameille und Lincour
dat met Louis de Collas(1390-1458), grondbezitter van Rameille en Lincour,
Wir lehnen Gutsherrn Klewens Angebot ab!
We weigeren landheer Klewens voorstel!
Willst du den Gutsherrn töten?
Ga je je landheer doodschieten?
Du hast den Gutsherrn vorhin gehört.
Je hoorde wat de baas zei.
Tod dem Gutsherrn!
Dood aan de landheer.
Geriet er in Streitigkeiten mit dem örtlichen Pfarrer und dem Gutsherren.
In 1732 is er een conflict tussen de pastoor en de Heer.
Erzähler Die Ansprache des Gutsherrn machte den Leuten Angst.
De toespraak van de baron had de mensen bang gemaakt.
Die Tochter des Gutsherrn anglotzen!
Staren naar de dochter van de landheer!
Die Ansprache des Gutsherrn machte den Leuten Angst.
De toespraak van de baron had de mensen bang gemaakt.
Die Ansprache des Gutsherrn machte den Leuten Angst.
De speech van de landeigenaar boezemde de bevolking angst in.
Morgen werden wir die Rückkehr des Gutsherrn feiern.
Morgen vieren we de terugkeer van de Laird.
Morgen werden wir die Rückkehr des Gutsherrn feiern.
Morgen word de terugkeer van de Laird gevierd.
Hast du dem Gutsherrn die Buxe ausgezogen?
Heb je hem weer gecharmeerd?
Er hatte dem Gutsherrn versprochen, ihn niemals zu verkaufen.
Hij had heer Gordon beloofd dat hij 'm nooit zou verkopen.
Uitslagen: 40, Tijd: 0.0834

Gutsherr in verschillende talen

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands