KENNENGELERNT - vertaling in Nederlands

ontmoet
treffen
kennenlernen
sehen
kennen lernen
begegnen
vorstellen
zusammentreffen
leren kennen
kennenlernen
kennen lernen
gekend
kennen
wissen
kennisgemaakt
kennenlernen
vorstellen
treffen
kennen lernen
bekanntschaft
bekannt
ontmoette
treffen
kennenlernen
sehen
kennen lernen
begegnen
vorstellen
zusammentreffen
ontmoeten
treffen
kennenlernen
sehen
kennen lernen
begegnen
vorstellen
zusammentreffen
leerde kennen
kennenlernen
kennen lernen
kennen geleerd
kennenlernen
kennen lernen

Voorbeelden van het gebruik van Kennengelernt in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Meine Mutter habe ich nie kennengelernt.
Ik heb m'n moeder niet gekend.
Nein. Wir haben uns zu spät kennengelernt.
Nee, wij hebben elkaar te laat ontmoet.
Als ich sie kennengelernt habe, hatte sie ein kleines.
Toen ik haar leerde kennen, had ze een kleinere.
Ich habe sie 1966 in Langley, Virginia kennengelernt.
Ik ontmoette haar voor het eerst in Langley, Virginia, in 1966.
eine Frau kennengelernt und vermutlich Kinder bekommen.
een meid ontmoeten en kinderen krijgen.
Du hast meine Mom kennengelernt.
Dus je hebt kennisgemaakt met m'n moeder?
Nein, sie hat gerade jemanden kennengelernt.
Nee. Ze heeft net iemand leren kennen.
Meinen Vater habe ich nie kennengelernt.
Ik heb mijn vader nooit gekend.
Aber die beiden anderen hat sie nie kennengelernt.
Maar ze heeft de andere twee nooit ontmoet.
Bevor Reade Sie kennengelernt hat.
Voor Reade jou ontmoette, had hij dit nooit gedaan.
Als du Emmett kennengelernt hast, war er verlobt.
Toen jij Emmett leerde kennen, had hij een relatie met iemand anders.
Ich wünschte, wir hätten uns in 90 Jahren kennengelernt.
Ik had je 90 jaar later willen ontmoeten.
Ich habe schon deine Eltern kennengelernt.
Ik heb al kennisgemaakt met je vader en moeder.
Da habe ich meinen Mann kennengelernt.
En daar heb ik m'n man leren kennen.
Kaia hat ihren Vater nie kennengelernt.
Kaia heeft haar vader nooit gekend.
Ich sehe, Sie haben Delmy kennengelernt.
Ik zie dat u Delmy hebt ontmoet.
Wo mein Sohn trainierte. Ich habe ihn vor 8 Jahren… auf einer Laufbahn kennengelernt.
Via m'n zoon. Ik ontmoette hem… Acht jaar geleden op een atletiekbaan.
Ich habe sie vor ein paar Monaten kennengelernt.
Dit is iemand die ik leerde kennen een paar maand geleden.
Ich hätte ihn gern kennengelernt.
Ik had hem graag willen ontmoeten.
Wir haben alle Shorty kennengelernt.
We hebben allemaal kennisgemaakt met Shorty.
Uitslagen: 2951, Tijd: 0.0541

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands