WO WOLLTEST - vertaling in Nederlands

waar ging
wo gehen
wo fahren
wo werden
wo sollen
wo fliegen
was machen
wo bringen
wo kommen
wo laufen
wo wollt
waar wilde
wo wollen
wo plant
waar ga
wo gehen
wo fahren
wo werden
wo sollen
wo fliegen
was machen
wo bringen
wo kommen
wo laufen
wo wollt
waar wou
wo wollen
wo plant
waar zou
wo sollen
wo werden
wo wollen
wo können

Voorbeelden van het gebruik van Wo wolltest in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Wo wolltest du nochmal hin?
Waar wilde je heen?
Wo wolltest du nochmal hin? Ok, Mutter?
Goed, moeder. Waar ging je ook alweer naartoe?
Das ist ein Hubschrauber. Wo wolltest du hin?
Helikopter. Waar ga je heen?
Wo wolltest du hin?
Waar wou je heen?
Wo wolltest du nochmal hin?
Waar wilde je ook alweer heen?
Wo wolltest du ihn hinbringen, Mike?
Waar ging je heen, Mike?
Wo wolltest du nochmal hingehen?
Waar ga je heen?
Wo wolltest du hin?
Waar wilde je naartoe?
Wo wolltest du hin?
Waar ging je dan naartoe?
Wo wolltest du hin, Frankie?
Waar ga je heen, Frankie?
Wo wolltest du hin? Und 12.
Waar wilde je naartoe? En omdat ik twaalf ben.
Also, wo wolltest du hin?
Dus waar ging je naartoe?
Wo wolltest du hin, Charlie? Charlie.
Waar ga je heen, Charlie? Charlie.
Wo wolltest du deine Tat ausführen?
En waar wilde je het doen?
Also, wo wolltest du hin?
Dus waar ging je heen?
Wo wolltest du hin?
Waar ga je heen?
Wo wolltest du hin?
Waar ging je naartoe?
Stimmt, ja.- Und wo wolltest du hin?
Ja, dat klopt. Waar ging je naartoe?
Ehe ich in das Taxi gestiegen bin, wo wolltest du da hin?
Voordat ik in de taxi stapte, waar ging je heen?
Wo wolltest du mit mir hingehen?
Waar wil je dat ik jou naartoe breng?
Uitslagen: 54, Tijd: 0.0407

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands