Voorbeelden van het gebruik van Afkeren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je medicijn is verzwakt… je moet je afkeren van het pad dat je begaat.
Wat? Je van me afkeren.
Goede God. U kunt zich niet van ons afkeren.
Je kunt je niet van me afkeren.
Wil je je van Jehovah afkeren?
Brücke zal zich van u afkeren.
Je kunt maar beter jezelf nu van haar afkeren.
Als zij zich afkeren, weet dan
Als zij zich afkeren, grijpt hen dan
Maar als zij zich afkeren zeg dan:"God is mij goed genoeg.
En als zij zich afkeren(van de Islam), grijpt hen dan
een openbare geloofsverkondiging, het afkeren van zonde, het spreken in klanktaal,
Ook al zal hij zich ooit van me afkeren, uiteindelijk komt het goed met hem.
Maar als zij zich afkeren, dan heb jij slechts de plicht van de verkondiging.
Nee, het zijn zij die zich afkeren van de leer van God… die voor eeuwig zullen branden in de hel.
Ook al zal hij zich ooit van me afkeren, uiteindelijk komt het goed met hem.
Dat we ons afkeren van de mensen die… zich vastklampen aan hun menselijkheid, op zoek naar genezing?
Partners teleurstellen betekent het risico lopen dat deze zich van de Unie afkeren.
Als zij zich dan afkeren zeg dan:"Ik heb het jullie klaar
zich van die misdaden kunnen afkeren.