Voorbeelden van het gebruik van Alan is in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je kunt nooit te veel Alan zijn.
Alan, ben jij dat?
Jullie denken dat ik Alan ben, maar ik ben z'n tweelingbroer Johnny.
Alan was een ziek mannetje
Laura en Alan waren op een manier betrokken bij zijn verdwijning.
Alan, ben je daar?
Alan zijn advocaat.
Alan was een goed mens.
Alan was een vriend.
Alan was mijn vroegere schoonzwager.
Alan was mijn tweelingbroer.
Maar Alan was een ware tovenaar wat acteren betreft.
Jesse, Alan zijn zoon.
Alan was er al vanaf het begin.
Alan was heel cool.
Alan was een meisje.
Alan was mijn tweeling.
Hij en Alan waren vrienden.
Ik ben Alan, zijn broer.