Voorbeelden van het gebruik van Baantje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik heb al een baantje.
Ik zou blij zijn met zo'n baantje.
Misschien, het is maar een baantje.
Heel veel kinderen hebben een baantje.
Ik zoek een baantje.
Het is een aardig baantje.
En ik heb je baantje niet gestolen.
Je zei dat je een baantje voor me had.
Ik was zestien. Het was m'n eerste baantje.
Ik ben hier voor dat baantje.
Als je niet terugkomt, krijgt ze jouw baantje.
En? Mads gaat me een baantje bezorgen.
Ik zou blij zijn met zo'n baantje.
Ik beloofde jou een baantje en goede seks.
Wil je over mijn nieuwe baantje horen?
Van hoe zwaar je baantje is?
Ik wil een baantje.
Eender welk baantje.
Ik wil geen krediet, maar een baantje.
Ik heb de jongen een baantje in mijn schuur gegeven.