BEWEGEN - vertaling in Duits

bewegen
verplaatsen
gaan
beweging
verroer je
verhuizen
lopen
begeven
verroeren
aanzetten
rondlopen
Bewegung
beweging
bewegen
lichaamsbeweging
motie
oefening
verplaatsing
opschieten
verhuizing
motion
verroer
rühren
roeren
roer
bewegen
raak
blijf
komen voort
doen
verschieben
verplaatsen
uitstellen
verschuiven
verzetten
bewegen
uit te stellen
verleggen
afzeggen
moving
wackeln
wiebelen
bewegen
schudden
trillen
kwispelen
te schudden
waggelen
sich bewegt
beweegt
zich verplaatst
zich verroert
zich voortbeweegt
beweging
bewegt
verplaatsen
gaan
beweging
verroer je
verhuizen
lopen
begeven
verroeren
aanzetten
rondlopen
beweg
verplaatsen
gaan
beweging
verroer je
verhuizen
lopen
begeven
verroeren
aanzetten
rondlopen
bewegst
verplaatsen
gaan
beweging
verroer je
verhuizen
lopen
begeven
verroeren
aanzetten
rondlopen
Bewegungen
beweging
bewegen
lichaamsbeweging
motie
oefening
verplaatsing
opschieten
verhuizing
motion
verroer

Voorbeelden van het gebruik van Bewegen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Maar je kunt het voelen bewegen.
Aber man spürt, wie es sich bewegt.
Philip kan zijn tenen bewegen.
Phillip kann mit seinen Zehen wackeln.
ik me nauwelijks kon bewegen.
ich konnte mich kaum rühren.
Wolkenkrabbers van metropool lopen verleden in venster tijdens het bewegen.
Wolkenkratzer der Metropole läuft vorbei in Fenster beim Verschieben.
Naar de grond! Niet bewegen.
Runter!- Nicht bewegen.
Bewegen.
Bewegt die Füße.
Vier. Niet bewegen, Tom.
Vier. Rühr dich nicht, Tom.
Niet bewegen, Ploké-man!
Keine Bewegung, Plokémen!
Je kan het hoofdje daar op de bodem zien bewegen.
Ihr seht hier unten, wie der kleine Kopf sich bewegt.
Billy, ik kan mijn hoofd niet bewegen.
Billy, ich kann mich nicht rühren.
Recht en niet bewegen.
Geradehalten, Sir, nicht wackeln.
Ik kan mijn arm niet bewegen.
Ich kann den Arm nicht bewegen.
Dus ik zou het hier heen bewegen.
Also, ich könnte das einfach hier hin verschieben.
Bewegen, met je benen.
Beweg die Beine.
Door wind bewegen de wolken.
Wind bewegt die Wolken, die Wolken werden zu Wind.
Sid, niet bewegen. twee… Een.
Zwei… Eins, Sid, rühr dich nicht vom Fleck.
Begrepen? Niet bewegen of ik schiet.
Verstanden? Keine Bewegung, oder ich schieße.
Ik voelde m'n zoon bewegen.
Ich habe gespürt, wie mein Sohn sich bewegt.
Te bang, ik kan niet bewegen.
Kann mich vor Angst nicht rühren.
ik m'n tenen moet bewegen.
ich soll mit den Zehen wackeln.
Uitslagen: 5436, Tijd: 0.0676

Bewegen in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits