Voorbeelden van het gebruik van Bewegen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Maar je kunt het voelen bewegen.
Philip kan zijn tenen bewegen.
ik me nauwelijks kon bewegen.
Wolkenkrabbers van metropool lopen verleden in venster tijdens het bewegen.
Naar de grond! Niet bewegen.
Bewegen.
Vier. Niet bewegen, Tom.
Niet bewegen, Ploké-man!
Je kan het hoofdje daar op de bodem zien bewegen.
Billy, ik kan mijn hoofd niet bewegen.
Recht en niet bewegen.
Ik kan mijn arm niet bewegen.
Dus ik zou het hier heen bewegen.
Bewegen, met je benen.
Door wind bewegen de wolken.
Sid, niet bewegen. twee… Een.
Begrepen? Niet bewegen of ik schiet.
Ik voelde m'n zoon bewegen.
Te bang, ik kan niet bewegen.
ik m'n tenen moet bewegen.