BONNETJES - vertaling in Duits

Quittungen
bonnetje
bon
kwitantie
ontvangstbewijs
kassabon
rekening
reçu
ontvangst
betalingsbewijs
reçuutje
Belege
bewijs
bon
ontvangstbewijs
reçu
kwitantie
staving
document
bewijsstuk
kassabon
pandbewijs
Rechnungen
rekening
factuur
wetsvoorstel
bonnetje
bon
Bons
bonnetje
kassabon
afhaalbewijs
Quittung
bonnetje
bon
kwitantie
ontvangstbewijs
kassabon
rekening
reçu
ontvangst
betalingsbewijs
reçuutje
Belegen
bewijs
bon
ontvangstbewijs
reçu
kwitantie
staving
document
bewijsstuk
kassabon
pandbewijs
Kassenzettel
bonnetje
bon
kassabon

Voorbeelden van het gebruik van Bonnetjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Op de markt krijg je geen bonnetjes.
Auf einem Markt bekommt man keine Bons.
Die bonnetjes lagen daar nog geen tien dagen.
Die Quittung lag nicht zehn Tage lang auf dem Boden.
Bewaar bonnetjes van andere onkosten.
Für alles andere bewahren Sie die Belege auf.
Ik heb nog steeds de bonnetjes. Ik ook.
Ich habe ja noch die Rechnungen. Ich auch.
Er staat op de website dat je de bonnetjes moet bewaren.
Auf der Webseite steht, man soll die Quittungen aufheben.
Ze verwachten heus geen bonnetjes van ontvoerders uit Ecuador.
Sie erwarten sicher keine Quittung von den Entführern.
Bonnetjes, foto's en bankboekjes…… liggen allemaal in het kantoor.
Sind alle im Büro. Die Bücher, Belege, Fotos und Kontoauszüge.
Ik bewaar de bonnetjes.
Die Quittungen bewahre ich auf.
We doen de bar, jij de bonnetjes.
Wir machen dir die Bar, und du die Rechnungen.
Ik hoop dat Sint de bonnetjes nog heeft, want deze spullen heb ik allemaal al.
Ich hoffe, Nikolaus hat die Quittung noch. Die CD hab ich nämlich schon.
En bonnetjes voor de komende vijf jaar, in willekeurige volgorde.
Und hier fünf Jahre Belege in keiner besonderen Reihenfolge.
En geld. Hij geeft mij de bonnetjes.
Und Geld. Er gibt mir die Quittungen.
maar wel de bonnetjes?
aber du hast die Rechnungen genommen?
Alle facturen en bonnetjes, ze zijn erbij als ze afgedrukt worden.
Jede Rechnung und Quittung, sie sind beim Ausdrucken präsent.
Je moet de bonnetjes nagaan, een totaal berekenen.- Op dit tijdstip misschien 300.
Prüfen Sie die Belege, ermitteln Sie die Gesamtsumme. Vielleicht $300.
O, ja, ik was gewoon… bonnetjes.
Oh ja, ich habe nur… Quittungen.
Ik heb de bonnetjes bewaard.
Ich habe die Rechnungen aufgehoben.
Ik heb overal bonnetjes voor.
Ich hab für alles eine Quittung.
Hier zijn je verdomde bonnetjes.
Hier sind deine verdammten Belege.
Maar hij heeft bonnetjes.
Aber er hat Quittungen.
Uitslagen: 185, Tijd: 0.0595

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits