Voorbeelden van het gebruik van Cadeau in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jeanette, die ketting is een cadeau voor Robin.
Dat was enkel een deel van mijn cadeau.
Kom op.{\an8}koop cadeau voor mama koop cadeau voor leozinho.
Het is een cadeau voor hem, is het niet? Huh?
En zo gaf oom Barney een buggy cadeau aan Lily en Marshall voor de bruiloft.
Zo 'n cadeau krijg je niet vaak.
Ik moet een cadeau voor Jeff z'n moeder kopen.
Ik heb een cadeau voor haar. Ja.
Ben ik vergeten om jullie een cadeau te geven?
De waardigheid van het cadeau.
Hij gaf me een dikke knuffel en een cadeau.
En deed haar een maan cadeau. Ik leende een hoop van ongewone geldschieters.
Het was een cadeau voor m'n zus.
Gele chrysanten zijn een cadeau voor je moeder. Jason?
Een cadeau van je moeder en je broer.
Ik denk dat het een cadeau voor mij is.
Die heb ik als cadeau gekregen.
Ik koop dit huis als cadeau voor mijn kindje.
Regels bij het uitzoeken van een cadeau voor hem.
Santiago, ik wil je bedanken voor mijn cadeau.