CADEAU - vertaling in Frans

cadeau
geschenk
gift
kado
gave
giveaway
offrir
bieden
geven
leveren
veroorloven
zorgen
voorzien
schenken
verstrekken
trakteren
cadeaux
geschenk
gift
kado
gave
giveaway
offert
bieden
geven
leveren
veroorloven
zorgen
voorzien
schenken
verstrekken
trakteren
offerte
bieden
geven
leveren
veroorloven
zorgen
voorzien
schenken
verstrekken
trakteren
offre
bieden
geven
leveren
veroorloven
zorgen
voorzien
schenken
verstrekken
trakteren

Voorbeelden van het gebruik van Cadeau in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Druk op het cadeau icoon in het bovenste roze menu.
Appuyez sur l'icône du cadeau dans le menu rose du haut.
Kerst cadeau ideeën voor tech-savvy kinderen.
Idées de cadeaux de Noël pour les enfants de tech-savvy.
Hoe mooi een cadeau(de sfeer).
Aussi belle pour un cadeau(l'atmosphère).
Een cadeau voor een appartement maken.
Faire un cadeau pour un appartement.
Beste voor jezelf, cadeau voor mannen cadeau voor geliefden.
Le meilleur pour vous-même, pour le cadeau pour le cadeau des hommes pour les aimés.
Origineel cadeau zoeken, vinden en kopen- 10 tips!
Rechercher, trouver et acheter des cadeaux originaux- 10 conseils!
Nodig een geweldig cadeau voor een verjaardag, vrijgezellenfeest of verjaardag?
Besoin d'un cadeau impressionnant pour une fête d'anniversaire, enterrement ou un anniversaire?
Welke juwelen geeft u cadeau bij een geboorte of communie?
Quels bijoux offrez-vous en cadeau à la naissance ou à la communion?
Je hebt een cadeau voor je vriendin.- Ja.
Tu as acheté un cadeau à ta copine.
Ze kreeg een cadeau van haar vriend.
Elle reçut un présent de son copain.
Je hebt een cadeau voor de hond?
Tu as fait un cadeau au chien?
Heb je een cadeau voor me?
Tu m'as acheté un cadeau?
Dit een cadeau van mij aan jou.
C'est un cadeau que je te fais.
Ik ging een cadeau voor je kopen.
J'allais te faire un cadeau.
Ik dacht, ik moet het cadeau terugbrengen.
Je crois que je vais aller rendre ton cadeau.
Dus je had al een cadeau voor me?
Parce que tu m'as déjà fait un cadeau?
Ik zat in over dat cadeau.
J'étais inquiète pour le cadeau.
Ik verdien geen cadeau.
Je ne pense pas mériter de cadeaux.
En je gaat je cadeau geweldig vinden.
Et tu vas adorer ton cadeau.
ik geef je zicht cadeau.
mais je t'offre le don de la vue.
Uitslagen: 3642, Tijd: 0.0545

Top woordenboek queries

Nederlands - Frans