Voorbeelden van het gebruik van Dat ga jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat ga jij doen.
Dat ga jij me vertellen.
En dat ga jij zijn, niet? Jij? .
En dat ga jij nu ook ondervinden.
En dat ga jij ook niet doen.
Maar dat ga jij voor me uitzoeken.
Dat ga jij voor me regelen.
Dat ga jij doen.
Nee, dat ga jij doen.
Dat ga jij ook vaak zien.
Dat ga jij me vertellen.
En dat ga jij ook doen, op een dag… hoop ik.
Dat ga jij me vertellen.
Dat ga jij ook zijn!
Dat ga jij me vertellen.
Dat ga jij ook krijgen.
En dat ga jij ook niet doen.
En dat ga jij doen?
Dat ga jij me nu vertellen.
Dat ga jij wel regelen.