Voorbeelden van het gebruik van Dat mag jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat mag jij doen.
Dat mag jij ook.
Dat mag jij haar zeggen.
Dat mag jij me vertellen. Jij bent de crimineel.
Dat mag jij ook niet doen.
Dat mag jij ook zijn.
Dat mag jij niet verkloten!
Dat mag jij hem vertellen, Henkins.
Dat mag jij doen.
Maar dat mag jij absoluut doen.
Maar dat mag jij aan Archie uitleggen.
Jawel, maar dat mag jij niet zeggen.
Dat mag jij niet zeggen. Maar je hebt gelijk.
Dat mag jij zeggen.
Dat mag jij niet beslissen.
Dat mag jij niet!
En dat mag jij bepalen?
Dat mag jij doen als je daarop valt.
Dat mag jij zeggen.
Nee, dat mag jij niet alleen beslissen.