Voorbeelden van het gebruik van De auto halen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ga alvast de auto halen.
Sophie. Ik ga de auto halen. Nu.
Laat Young Wasim mijn bagage uit de auto halen.
Moet ik de auto halen?
Uw knecht kan de auto halen.
Laat m'n chauffeur de auto halen.
Zo kunnen we geen bewijs meer uit de auto halen.
Kom, laten we de auto halen.
Of je kunt wachten tot zij je uit de auto halen. Stap uit.
Gaby, we waren bijna dood omdat jij die pop uit de auto haalde.
Zeg Paulie dat hij de auto haalt.
De auto haalt je om 12.00 uur op.
Ik heb de auto gehaald.
Als ik het van het gebouw naar de auto haal. Mark brengt me wel.
De auto haalt ons over een half uur op.
Heb je de auto gehaald?
De auto haalt ons over 'n half uur op.
Goed. De auto haalt ons op om 5:00, direct na het diner.
Heb je 60 dollar uit de auto gehaald, Brian?