Voorbeelden van het gebruik van De klant in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De klant is boven bij Jesse.
Met Flipsnack brengen we de'papieren' catalogus naar de digitale klant.
Of de klant komt aan onze fabriek vorm persoonlijk inspecteren.
De klant komt binnen.
Wij allen geloven dat de Klant de God is.
De klant is een smokkelaar.
We houden de klant.
De klant bevestigt ontwerp,
De klant heeft zojuist gebeld.
We verliezen onze geloofwaardigheid bij de klant.
Je bent de eerste klant die ik deze week zie.
Als de klant onherkenbaar is,
Lk twijfel niet aan de klant.
De grootste klant is Gotthard uit Berlijn.
Jimmy de klant.
Dan ga je naar de klant.
De klant is koning.
Wordt de klant zwaar bewaakt?
Zij zijn de klant.