Voorbeelden van het gebruik van De procureur in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat is krankzinnig, meneer de procureur.
Altijd, meneer de procureur.
We voelen ons volstrekt machteloos, meneer de procureur.
Zeker, meneer de procureur.
Meteen, meneer de procureur.
Dank u wel, Mr de procureur.
Meneer de voorzitter, meneer de procureur.
De procureur is een oude vriend. Nou, en?
Ondanks het gebrek aan harde bewijzen, van de procureur, geeft gevangenneming je een zeker schuldgevoel.
Wilt u vragen of de procureur contact met me opneemt?
Van de procureur.
We kunnen een goed woordje doen bij de procureur.
De procureur wil mijn job, Frank.
Dat denkt de procureur ook.
Hij wou de procureur zien.
De procureur zal dat"poging tot moord" noemen.
De procureur heeft meer dan genoeg voor een aanklacht.
De procureur bestaat niet meer.
De procureur zei me, dat hij vermist is.