Voorbeelden van het gebruik van De sukkel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
nu blijkt dat ik de sukkel ben.
Wie is nu de sukkel?
Ja, ze koos de sukkel.
Weet ik niet, ik ben de sukkel die ze weggaf.
Wie is de sukkel?
Omdat ik de sukkel niet wil missen.
De sukkel heeft dorst.
Wie is de sukkel, de arme drommel die je voor de wolven gooit?
Jij hebt een date met de sukkel, wat ben jij dan?
De sukkel met de honkbalknuppel reageerde toen hij het hoorde.
En hier komen de sukkel en de joker weer, volgens mij.
De sukkel klapt samen
De sukkel was al lang dood voor Anubis zich ermee ging moeien.
Becky Howard, de sukkel die niet kan lezen.
Laat de sukkel gaan.
Ik ben de sukkel die hij oplichtte om het voor hem te doen. Zelfmoord?
Zwanger van de sukkel die de Hoeder heeft gedood?
Nu ben jij de sukkel, Jack.
De vrome sukkel. Vertel, wat wilt u dat er gedaan wordt aan die society perverseling?
Ik ben de sukkel en jij de idioot.