Voorbeelden van het gebruik van Sukkel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Die sukkel, Ned.
Elke sukkel kan een wapen gebruiken.
voor-etende sukkel.
Noem me geen sukkel.
Wij waren het geheime gezin, sukkel.
Ik zou zeggen dat hij een sukkel is.
Hij zei dat ik een sukkel was, zoals mijn vader.
Wees geen sukkel, laat een bericht achter.
Hé sukkel, deze planeet is voor stoere ruimtegozers.
Hij noemde z'n coach een sukkel.
Allemaal voorbij nu Jij arme sukkel.
Hoe voelt dat nu om er op één dag, twee keer als een sukkel uit te zien?
Krstic was een sukkel.
Zo gaat ie goed, sukkel.
Ik hou ook van jou, sukkel.
Een sukkel in Halloweenoutfit.
Die sukkel was ik!
Dat je een sukkel bent, Brown.
Je bent een sukkel en dat weet je zelf ook.
Niet hij, sukkel.