Voorbeelden van het gebruik van Sukkel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je bent een sukkel, Nate Cooper!
Wat een sukkel ben ik geweest.
Omdat ik er werk, sukkel.
Nou. Hij was altijd al een sukkel.
Dan ben je gewoon een sukkel.
Je dacht dat Walton een sukkel was.
Wat een sukkel was ik.
Nee sukkel, ik ga bellen.
Die sukkel daar is Arthur.
Dat is de Bermuda driehoek, sukkel.
Jij, sukkel. Jij, stomme sukkel.
Hij was een sukkel.
Het betekent dat hij een sukkel is.
De man is een sukkel, oké?
Niles, je bent een sukkel.
Als een sukkel trap ik er in?
Lk wil geen sukkel lijken.
Jij, stomme sukkel. Jij, sukkel.
En je overweegt dit? De sukkel.
Kom op, sukkel.