Voorbeelden van het gebruik van Deal in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De deal was geen smerissen.
Hij vertelde me dat een deal in München verkeerd was gegaan.
Waarom? De deal stierf met Harrow.
Maar ik heb een deal waardoor je op je land kunt blijven.
Ik heb 'n deal met de politie.
Ik heb een deal met Edmond. Sorry, Sam.
Deal.-Deal. Goed.
Een deal moet… Ik moet hierover nadenken.
Ik heb een deal getekend met CBS Records.
Deze deal is erg belangrijk voor me.
M'n laatste deal was gebaseerd op vertrouwen.
Ik heb een deal met de politie-chef.
De Perrys hadden een deal met hen.
Dit is onze deal.
Remy, geef de man zijn radio. Deal.
Je weet dat ik wiet deal.- Stil. Marshal,!
Deal. Ik ga kijken, of ik deze nog kan terugbrengen.
Een deal met de duivel.
De deal werd door Tom Caffee geregeld.
Heb je de deal met het ziekenhuis afgerond?