Voorbeelden van het gebruik van Dit vragen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Laat me je dit vragen, Amado Carrillo Fuentes.
Oké, laat me je dit vragen, Hoe was het voor jou?
Maar mag ik dit vragen.
Maar ik wil u dit vragen.
Maar, laat me je dit vragen.
Laat me je dit vragen.
Ik moet je wel dit vragen.
Ik moet dit vragen.
Ik moet je dit vragen.
Sorry, ik moet dit vragen.
Ik moet dit vragen.
Laat me je dit vragen.
Maar waarom moet ik jou dit vragen?
Nu, laat me je dit vragen.
Laat me dit vragen.
Maar we moeten dit vragen.
Maar laat mij je dit vragen.
Het spijt me, maar ik moet dit vragen.
Het gaat me niets aan, maar ik moet dit vragen.
Laat me U dit vragen.