Voorbeelden van het gebruik van Een bom in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Shannon heeft een bom geplaatst.
Vol flipperkastonderdelen. Ik nam het plutonium en gaf ze een bom.
Maak een bom in je moeders keuken.
Van nu af aan wordt voor elke bom betaald met een bom van ons.
Ik hoorde dat je een bom kunt maken van alledaagse materialen die je samenvoegt.
Dat zo'n sterke ontploffing niet noodzakelijk een bom was.
Een bom in mij stoppen, hè?
Het kan niet weer een bom zijn.
Ze hebben een bom, brig! Ze schieten op ons!
Ik denk niet dat het een echte bom is.
Heb je hier zeven dagen geleden een bom gegooid?
Dus zijn bedrijf is een bom.
Weet je waarom iemand een bom maakt?
Rustig, ik heb al gekeken. Een bom.
Bijen vrijlaten in vijandelijke gebieden zou makkelijker zijn dan een bom te droppen.
Iedereen is bang voor een bom.
Dit is niet zomaar een bom.
De Duitsers hebben een bom.
Een bom in Omagh, Noord-Ierland, kost aan negenentwintig mensen het leven.