Voorbeelden van het gebruik van Een dag in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Op een dag, Mr Shelby.
Hij zal er over een dag of twee zijn.
Je volgt ons al een dag of twee, drie.
Het was een lange dag op de brandstapel.
Ik heb een dag vrij.
En doet het minder pijn. Maar op een dag word je wakker.
Op een dag nemen we die open weg en kijken nooit meer achterom.
Dat was een blijere dag.
In een dag of twee, wordt sexy supersexy.
Wat een krankzinnige dag voor u?
Ik dacht dat het een emotionele dag werd.
Onze kleinkinderen ons vragen: Beeld je in dat op een dag.
Op een dag, mijnheer Shelby.
Dat duurt wel een dag of twee.
Op een bepaalde dag, doe ik er misschien twee of drie achter elkaar.
Een grote dag voor je broer.
In het mentoruur bepaal ik op wie ik een dag verkikkerd ben.
En jij in de gevangenis zit of dood bent? Zodat ik op een dag ontwaak?
Op een dag woog de winkeleigenaar de boter.
Een dag als deze doet me denken aan thuis.