Voorbeelden van het gebruik van Dag in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dag, Silas, zoon van mijn overleden broer.
Dag Directeur. De agenten DiNozzo en David.
Je eerste dag in de Hakkar.
Dag, Stuart. Dat ben ik!
Dacht je dat ik deze dag vergeten was?
Ik… Spijt me. Dag, Piper.
Dag, Winston.
Dag, ik ben Carl Casper.
Dag, broeder. -Dominee Charles,
Fijne dag nog. Meer niet.
Ze drinken elke dag zes flessen van dat goedje.
Dag, Sheldon. Maar ze zijn niet blond.
Het is weer een hete dag, sir.
Ik ook, Jenny. Dag, Jenny.
Op een dag stort alles in elkaar.
Dag, Michael!
Dag, Rita. Ik ben John.
Dag, kinderen. Klaar voor de lunch?
Elke dag een beetje. Peggy.
Dag, Joe. Waarom doe je dat?