Voorbeelden van het gebruik van Een kanjer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Een kanjer van een steen.
Je bent een kanjer, Ducky.
is een kanjer.
Je bent een kanjer.
Je bent een kanjer.
Hij was een kanjer.
Noemen ze dat al een kanjer?
Hij is een kanjer.
Ze is een kanjer.
Dat is een kanjer.
Man, dit is een kanjer.
Ik ben inderdaad een kanjer.
Je bent een kanjer.
Je bent een kanjer.
Wie is hier een kanjer?
Nou heb je een kanjer.
Die vent is echt een kanjer.
Mijn vrouw is een kanjer.
Je bent een kanjer.
Je bent een kanjer.