Voorbeelden van het gebruik van Een leider in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Een mislukte leider.
Niet iedereen is een leider.
Is er iemand anders waar ik mee kan praten. Hebben jullie een leider?
Nu denk je als een leider van je volk.
Natuurlijk. Maar een verstandig leider omringt zich met goede bondgenoten.
Het pakhuis is al eeuwenlang een leider in het experimenteren met mensen.
Hij was een leider.
Dit team heeft een leider nodig.
Maar een verstandig leider omringt zich met goede bondgenoten.
Jullie hebben een leider nodig.
Jacobs is een leider in hetzelfde gebied.
Dat is wat een leider doet.
Je bent een leider.
Een leider neemt de hele dag beslissingen.
Sinds 1889 is Dräger een leider in beschermingstechnologie.
Dat maakt je een groot leider.
Elke revolutie heeft een leider nodig.
We worden een leider.
Helden zorgen voor een mooi verhaal en een leider voor een nalatenschap.
Je laat zien dat je een ware leider bent.