Voorbeelden van het gebruik van Een zus in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zou je nooit als een zus zien.
Jezus Christus, jij bent een zus.
Als een zus, zou het zoveel… voor me betekenen.
Als een zus, bedoel je?
Ze was als een zus.
Ze is een zus van één van onze trimmers.
Opa heeft een zus in Needles.
Een zus.
Chong is een zus van Rae Dawn Chong en Marcus.
Juana's moeder was een zus van Alfons.
Hij was getrouwd met een zus van Wendela Bicker.
Hij was hun tweede kind, met een zus, Jean, vijf jaar ouder.
Vast moeilijk met een zus die altijd gelijk heeft.
Ze is als een zus. Bel Juani Labrador.
Ik verloor die dag een zus en een vriendin.
Wat een zus.
Je mag blij zijn met een zus.- Dank je.
Hij heeft een zus, Abigail Lucero.