Voorbeelden van het gebruik van Gaan weer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De deuren gaan weer open.
We gaan weer naar buiten.
Oké, we gaan weer.
We gaan weer terug.
We gaan weer varen.
De bewakers gaan weer naar binnen.
Nee. Jullie gaan weer, maar ik woon hier.
Oké, we gaan weer.
Mr Pearlman, we gaan weer.
We gaan weer naar Rouen.
We gaan weer een gezin vormen.
Begrepen. We gaan weer op patrouille.
Oké, we gaan weer.
Het heeft geen zin, we gaan weer naar beneden.
We gaan weer aan het werk.
We gaan weer opbouwen.
Stoppen, we gaan weer naar binnen.
Ze gaan weer naar binnen.
Dus we gaan weer terug naar afslachten.
Ze gaan weer slapen.
