Voorbeelden van het gebruik van Gast in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kyle, gast, waar ga je naartoe? Kyle?
Hij verkoopt. Gast, dat is de broer van m'n zwager.
Gast, onze pa's zitten in de problemen.
Die gast is echt cool. Hey! Help!
Die gast met wie je getrouwd bent.
An8}Onze gast is in onze studio.
In 1980 was hij gast bij The Muppet Show.
Gast, bedankt voor het organiseren van zo'n vet eindzomerfeest. Nou, nee….
Gast, dat is je derde al deze week.
Ik snap het gast, geef de hoop op.
Gast, ze haten ons.
Gast, je been hoort niet zo te buigen.
Die gast wil niet worden gevonden.
Een gast met een zonnebril in een busje in de parkeergarage.
Nee, u bent m'n gast.
Onze Romulaanse gast is buiten de tijd.
Kong? Gast, misschien kunnen we hier ontdekken waar je vandaan komt?
Gast, kampen zijn nooit grappig.
Gast, we zijn te vroeg.
Gast, je moet stoppen haar een'hij' te noemen.