Voorbeelden van het gebruik van Geef gas in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Loop langzamer. Geef gas.
Breng me maar naar huis. Geef gas.
Geef gas. Geen bereik.
Geef gas.
Geef gas,!
Geef gas.
Geef gas, goed zo!
Geef gas en dan naar rechts.
Geef gas!
Hé. Geef gas. Mam!
Stop. Geef gas. Stop!
Geef gas, rechercheur Choe.
Hij haalt ons in. Geef gas.
Bestuurder, geef gas.
Simon gaf gas en we zijn weggegaan.
Gaf gas, en het geluid was zo enorm.
Ik reed naar het ravijn, gaf gas en de motor sloeg af.
Ze gaf gas.
Ik gaf gas, en ze werd weggeslingerd in 't water.
Ik stap in en je geeft gas.