GLUREN - vertaling in Duits

gucken
kijken
zien
gluren
spieken
schauen
kijken
zien
laten
eens
staren
moeten
spähen
gluren
spannen
marges
spanwijdten
aanspanning
kijken
vastklemmen
lugen
kijken
leugens
gluren
Blick
uitzicht
blik
oog
kijken
kijkje
glimp
look
eens
reingucken
kijken
gluren
binnenkijken
geguckt
kijken
zien
gluren
spieken
zu sehen
te zien
te kijken
te bekijken
te ontmoeten
zichtbaar
spreken
Peeping
gluren
Gaffen

Voorbeelden van het gebruik van Gluren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Niet gluren.
Nicht reingucken.
sluipen en gluren.
anschleichen und spähen.
Niet gluren. Hou je ogen dicht.
Nicht linsen, Augen geschlossen halten.
Niet gluren.
Nicht gucken.
Hier, niemand kan gluren.
Hier, keiner kann schauen.
Hij werd twee keer aangehouden voor het gluren in de buurt.
Zwei Festnahmen wegen Spannerei beim Opfer.
Ogen bedekken. En niet gluren.
Halt dir die Augen zu und nicht gucken.
Schmidt niet kan gluren.
so dass Schmidt nicht linsen kann.
Waarom moet jij nou achter het gordijn gluren?
Warum musst du hinter die Kulissen schauen?
Oh, iemand was aan 't gluren.
Oh, jemand hat geguckt.
Niet gluren.
Und nicht gucken.
En niet gluren.
Und nicht schauen!
Je was aan het gluren.
Du hast geguckt.
Oké, niet gluren.
Also, nicht gucken.
Jij was ook aan het gluren.
Du hast auch geguckt.
Geen gluren, oké?
Nicht schauen, ok?
Hé, niet gluren.
He, nicht gucken.
Maar onthou… niet gluren.
Aber, denk dran, nicht gucken.
Ogen dicht, en niet gluren.
Und jetzt Augen zu und nicht gucken.
Nu wil ik alleen even gluren.
Ich hab's gesehen und will noch mal… kurz gucken.
Uitslagen: 131, Tijd: 0.0786

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits