Voorbeelden van het gebruik van Gluren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Niet gluren.
sluipen en gluren.
Niet gluren. Hou je ogen dicht.
Niet gluren.
Hier, niemand kan gluren.
Hij werd twee keer aangehouden voor het gluren in de buurt.
Ogen bedekken. En niet gluren.
Schmidt niet kan gluren.
Waarom moet jij nou achter het gordijn gluren?
Oh, iemand was aan 't gluren.
Niet gluren.
En niet gluren.
Je was aan het gluren.
Oké, niet gluren.
Jij was ook aan het gluren.
Geen gluren, oké?
Hé, niet gluren.
Maar onthou… niet gluren.
Ogen dicht, en niet gluren.
Nu wil ik alleen even gluren.