SPANNEN - vertaling in Nederlands

spannen
bemühen
verschwören sich
das spannen
verkrampfen
marges
spielraum
spanne
bandbreite
margin
gewinnspanne
nahtzugabe
dumpingspanne
am rande
spanwijdten
marge
spielraum
spanne
bandbreite
margin
gewinnspanne
nahtzugabe
dumpingspanne
am rande
aanspanning
gespann
spannen
aufnahme
kijken
sehen
schauen
gucken
nachsehen
beobachten
betrachten
suchen
blicken
prüfen
überprüfen
vastklemmen
festklemmende
aufklemmen
geklemmt
spannen

Voorbeelden van het gebruik van Spannen in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Es hat einen Doppelhaken für die Kreuzbogen Spannen.
Hij heeft een dubbele haak voor het spannen van de kruisboog.
Spannen Sie Zurrgurte nicht über scharfe Kanten
Span spanbanden niet over scherpe randen
Handlich: SDS-System für leichtes Wechseln und Spannen der Kette.
Handig: SDS-systeem voor het makkelijk wisselen en spannen van de ketting.
Wieso spannen wir sie nicht davor?
Waarom binden we niet gewoon wat aan ze vast?
Und jetzt mit dem Daumen spannen.
Span nu de haan met je duim.
Jetzt den Hahn spannen!
Span de haan!
Richtet die Augen auf die Lampe! Jetzt den Hahn spannen!
Span de haan! Ogen op 't licht!
Oder Karin und ich spannen die Netze und Minus und Martin holen die Milch.
Ik zet geen net uit en ik haal geen melk.
Jetzt spannen Sie mich auf die Folter.
Nu laat je me wachten.
Kommt Donnie spannen?- Was?
Komt Donnie gluren?- Wat?
Spannen wir ihn auf die Gräting. Schweine, ja?
We leggen hem op 't rooster. Zwijnen, hè?
Nicht spannen, du Perversling!
Niet gluren, viespeuk!
Spannen Sie noch immer an?
Span je ze nog aan?
Spannen Sie hier die Muskeln an.
Span hier je spieren aan.
Und dann spannen wir das Netz… und zerstören sie.
Dan hijsen wij het net… en vernietigen hen.
Du hättest sie spannen sollen, Süße.
Je had hem moeten.. doorladen, schatje.
Mist, sie spannen das Seil.
Verdomme, ze trekken het touw.
Schlimm genug… dass es da draußen Verrückte gibt, die sie vor Rikschas spannen wollen.
Dat er een gek rondloopt die ze probeert voor een riksja te spannen.
Mit dem Labyrinth spannen Sie ein Netz.
Door Het Labyrint spon je een web.
Hört zu, Kinder, wir müssen nur ein paar Drähte spannen.
Kinderen. We hoeven alleen maar prikkeldraad te spannen. Luister.
Uitslagen: 138, Tijd: 0.1814

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands