Voorbeelden van het gebruik van Haar baan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat was er mis met haar baan?
Ze gaat helemaal op in haar baan.
Ze kan haar baan kwijtraken.
Geef je nu opeens iets om mam? Haar baan, het huis.
Haar baan is gekkenwerk.
nu zit je achter haar baan aan?
Edith had het over haar baan.
Myrtle haar baan terug geven.
Ze hield van haar baan.
Even toen haar baan op het spel stond.
Ik heb het niet over haar baan.
Sinds ze haar baan kwijt is, denk ik.
En als Sloan moet kiezen tussen mij en haar baan.
Ze verloor haar baan, omdat ze had gelogen.
Haar baan hier. Wat?
Ze is haar baan kwijt.
Omdat dat haar baan is.
Je moeder raakt haar baan kwijt.
Haar baan staat hiervoor op het spel.