Voorbeelden van het gebruik van Haat hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik haat Hem om wat Hij me heeft aangedaan.
God haat hem nog meer dan ik.
En u haat hem, blijkbaar.
Door Greg? Ik haat hem.
Wie haat hem nog meer dan wij?
En iedereen haat hem daarvoor?
We hebben meningsverschillen, maar ik haat hem niet.
Hij haat hem.
Je haat hem echt.
Nee, ik haat hem niet.
Haat hem niet.
Jij haat hem ook.
Dat maakt me niet uit. Ik haat hem nog steeds!
De wereld haat hem, maar ik haat hem meer.
Niet iedereen haat hem.
Vanwege die Greg? Ik haat hem.
Rawls haat hem.
Karev heeft de ballen maar iedereen haat hem.
Amelia heeft Koracick gebeld en ik haat hem.
Austin haat hem.