Voorbeelden van het gebruik van Helpt haar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je belt en helpt haar een kwartier met haar huiswerk.
Hij helpt haar verhuizen.
Je helpt haar niet als je me niks vertelt.
Maar je helpt haar niet tegen Der Zeitung.
En haar man helpt haar met aankleden.
Je helpt haar toch niet met haar streken?
Jij helpt haar?
En… Ellie Whedon helpt haar.
Zij zal fluiten en jij helpt haar naar beneden.
Jij gaat met mij mee naar mijn huis, helpt haar.
Of haar oom helpt haar.
Nee. Ze zit in veel problemen en jij helpt haar niet.
Ze wil niet dat ik je zie en je helpt haar daarbij.
En iemand helpt haar.
Neem je spullen, jij helpt haar.
Ik wil weten wie. Iemand helpt haar.
En dan vluchten jullie weg. Zij zal fluiten, jij helpt haar naar beneden.
Een professor van Stanford helpt haar.
Pak je spullen, jij helpt haar.