Voorbeelden van het gebruik van Hem doden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Maar ik zou hem doden.
Ik zal hem doden.
Wat? We moeten hem doden.
We kunnen hem doden.
Maar mijn wapen zal hem doden.
De wolf zal hem doden.
Natuurlijk wil ik hem doden, Joe.
dan mag je hem doden.
Misschien moeten we hem doden.
Stop! Je zult hem doden!
moet ik hem doden.
Je wilt dat we hem doden.
We moeten dat eerst onklaar maken voordat we hem doden.
Hem doden zal helpen.
Ze wil dat we hem doden.
De kogels zullen hem doden.
Dus ik moest hem doden.
En we zullen hem doden.
Hij wil dat wij hem doden.
Hem doden lost niks op. En wat dan?