Voorbeelden van het gebruik van Hem werken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Toby, je kan niet voor hem werken.
Toen hij bij ons begon wilde niemand met hem werken.
Zain kan na school bij hem werken.
wilde niemand met hem werken.
Ik ga niet voor hem werken.
Ik ga met hem werken.
Ik zal nu waarschijnlijk voor hem werken.
Toen hij bij ons begon wilde niemand met hem werken.
En jij, mijn vriend, jij gaat voor hem werken.
Ik kan niet, ik kan niet met hem werken.
Ik zou nooit voor hem werken.
Ik wil graag met hem werken.
Daarom kan ik niet voor hem werken.
Ik moet elke dag met hem werken.
Ze moet voor hem werken.
Maar ik moet met hem werken.
En… ik mocht voor hem werken in de zomer.
Ik weet dat er drie clowns voor hem werken.
Maar ik zag hem werken.
Ik kan niet met hem werken.