Voorbeelden van het gebruik van Gaan werken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij was toen inmiddels voor de BBC gaan werken als commentator.
je moet gaan werken, je moet medicijnen nemen.
Dat zal meteen gaan werken.
Cargill moet met Bunge gaan werken.
Ik moest met mijn vader in de mijnen gaan werken.
Yau moest gaan werken.
Als we nog gaan werken, ga ik een broodje eten.
Als één van jullie mijn kinderen zou willen opvoeden moest ik niet gaan werken.
Dat is de enige manier waarop dit zal gaan werken.
moet ze gaan werken.
Coke moet met Pepsi gaan werken.
Wacht tot de Drambuie en slaappillen gaan werken.
Ik kan weer gaan werken.
Nu moet ik gaan werken.
Dit kan echt gaan werken.
Ik wist dat het zou gaan werken.
Oxford moet met Cambridge gaan werken.
Nee, want ik moet gaan werken.
ik gewoon moest gaan werken.
Wordt jij dan verlicht, net als een verdomde kerstboom? Als die pillen gaan werken.