TRAVAILLER - vertaling in Nederlands

werken
travailler
fonctionner
marcher
bosser
agir
œuvres
ouvrages
opérationnelles
opèrent
samenwerken
collaborer
coopérer
travailler
ensemble
collaboration
coopération
interagir
bosser
het werk
travail
œuvre
boulot
la tâche
fonctionnant
slag
bataille
coup
travail
commencer
débuter
course
nage
combat
rappe
batte
samen
ensemble
ainsi
conjointement
accompagné
réunis
de concert
collaborent
parallèlement
même
de pair
werkt
travailler
fonctionner
marcher
bosser
agir
œuvres
ouvrages
opérationnelles
opèrent
werk
travailler
fonctionner
marcher
bosser
agir
œuvres
ouvrages
opérationnelles
opèrent
werkte
travailler
fonctionner
marcher
bosser
agir
œuvres
ouvrages
opérationnelles
opèrent
het werken
travail
œuvre
boulot
la tâche
fonctionnant

Voorbeelden van het gebruik van Travailler in het Frans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Qu'est ce que je dois travailler Miss Raine?
Waar moet ik aan werken, Ms Raine?
Où vous pouvez imaginer y travailler.
Waarin je je werken kunt voorstellen.
Travailler sur un équipement, mobile, environnement de bureau équipé. Net.
Aan apparatuur gaat werken, mobiel, uitgerust desktop-omgeving. Netto.
Travailler ici, c'est comme avoir accès aux coulisses.
Als je hier werkt, is 't net of je een backstage-pasje hebt.
Je veux travailler dans bibliothèque, mais mon anglais est trop mauvais.
Ik wil een baan in een bibliotheek, maar Engels niet zo goed.
Un espion préfère travailler avec des gens dont les alliances sont nettes.
Als spion wil je werken met mensen met duidelijke connecties.
Et tu retournes travailler.
En je gaat weer werken.
Tu fais semblant de travailler, c'est n'importe quoi!
Je doet alsof je werkt. Het is onzin!
Tu retournes travailler au bureau du shériff?
Je gaat weer werken bij het bureau van de sheriff?
Tu pars travailler à San Francisco?
Neem jij dan een baan in San Francisco?
Si tu ne vas pas travailler, tu te feras virer.
Als je niet naar het werk gaat, gaan ze je ontslaan.
Je ne vois pas comment travailler avec ce qui nous pend au nez.
Ik snap niet hoe we kunnen werken met dit allemaal boven ons hoofd.
Si tu veux travailler pour moi, tu devras changer ton habillement.
Als je voor me komt werken moet je je wel er naar kleden.
J'ai hâte de travailler sous vos ordres, Dr. Rasgotra.
Ik kom graag onder je werken, dr. Rasgotra.
Vous savez comment me travailler?
Je weet hoe je me werken?
Venez travailler pour moi et nous serons plus proches.
Kom voor me werken, en we zullen hechter zijn.
Employés à temps partiel qui aimeraient travailler à plein temps% de travailleurs à temps partiel.
Deeltijdwerkers die voltijd zouden willen werken% van de deeltijdwerkers.
Pourquoi vouloit travailler ici?
Waarom wil je hier werken?
Tu vas travailler comme si rien ne s'était passé, parce que David.
Dus je gaat naar je werk alsof er niets gebeurd is, want David.
Je veux travailler ici.
Ik wil een baan hier.
Uitslagen: 20180, Tijd: 0.2997

Top woordenboek queries

Frans - Nederlands