Voorbeelden van het gebruik van Het lekker in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ligt het lekker?
Le Claire vindt het lekker.
Vindt hij het lekker?
Je wilde weten of het lekker lag.
Was het lekker… Vertel eens?
Dat het lekker liep tussen ons.
Was het lekker?
Ik ga testen of het lekker zit.
Hè. Vind je het lekker, vuile slet?
Is het lekker buiten?
Was het lekker en leuk?
Ik vind het lekker.
Pika! Is het lekker?
Vind je het lekker?- Zo ja?
Aan mijn kant is het lekker droog.
En maak het lekker.
is het lekker.
Hier is het lekker warm.
Hoe weet ik anders of het lekker is?