Voorbeelden van het gebruik van Hij rook in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij rook verbrand haar.
konden redelijk dansen en hij rook altijd lekker.
Vreselijk hoe lekker hij rook.
Hoe hij praatte, hoe hij rook?
Hij rook naar fish& chips.
Hij rook naar fish& chips.
In plaats daarvan krijgt hij rook aangeboden.
Hij rook zelfs al de frisse lucht
Hij rook hetzelfde toen hij hier aankwam.
Hij rook een tochtige koe
Hij rook als een wild beest.
Hij rook minder lekker.
Hij rook alleen aan de koffie.
Hij rook naar bodyspray en pestte iedereen.
Maar hij rook zelfs naar hem.
dus hij rook hem zeker.
De intense, doordringende geur van seks. Hij rook haar nog op zijn handschoen.
dus hij rook hem zeker.