Voorbeelden van het gebruik van Hij sluit in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij sluit al m'n deals af.
Hij sluit om zes uur.
Hij sluit af.
Hij sluit een pact met de Duivel.
Dat is vreemd. Hij sluit nooit af.
Begrepen. Hij sluit af.
Hij sluit zich aan bij een aantal bedenkingen die daarin worden gemaakt betreffende.
Of hij sluit zich aan bij onze roedel.
Hij sluit daar ook het boek af.
Hij sluit een bondgenootschap met de Longobarden.
En hij sluit je nog steeds op?
Hij sluit je pik in slappe toestand.
Je hoeft niet te wachten, totdat hij sluit, dat kan ik voor je doen.
Hij sluit en vergrendelt het.
Hij sluit haar er echter op
Hij sluit me op als een beest.
Hij sluit niet uit dat de werking in het gebied op het moment van water geven.
Hij sluit met een stalen gesp.
Hij sluit, en niemand opent.
Hij sluit zich steeds meer af.