Voorbeelden van het gebruik van Hij sluit in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij sluit zich steeds meer af.
En hij sluit de bewakers buiten.
Hij sluit de deur af met een sleutel.
Hij sluit z'n winkel en 's nachts steekt hij rotjes af in z'n kelder.
Ik wed… Hij sluit z'n winkel af.
Hij sluit de oren voor mijn gebed".
Hij sluit de ogen en de wereld.
Ik moet nog naar Mr Charlesworth voor hij sluit. Ik moet iets hebben.
Hij sluit je pik in slappe toestand.
Hij sluit zaken.
Hij sluit die kerel op en zorgt ervoor dat jij op een veilige plek terechtkomt.
Hij sluit zijn operatie af.
Hij sluit en vergrendelt het.
Hij sluit zich aan bij Jon Snows strijd tegen de Night King.
En hij sluit alles in de stad.
Hij sluit de ogen.
Hij sluit het luik.
Hij sluit af met deze beschrijving, die Jezus aan gehenna toeschrijft.
Nee, hij sluit haar op in z'n auto.
Hij sluit de poort en geen mens kan 'm openen.