Voorbeelden van het gebruik van Ik werken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
daarna moet ik werken.
Louis en ik werken samen.
De inspecteur en ik werken aan een show voor het bal.
Dan moet ik werken.
Syd… Mia en ik werken niet meer samen.
Ik moet werken.- Ja.
Vrijdag moet ik werken.
Sam en ik werken samen. Ja.
Lois en ik werken er allebei.
Dan moet ik werken.
Arthur en ik werken samen.
Ik werken en jij pervers doen?
Vrijdag?- Dan moet ik werken.
Rachel en ik werken samen.
Uw advocaat Martin en ik werken voor het kantoor dat u vertegenwoordigt.
Natuurlijk kan ik werken.
Kilmer. Ryan en ik werken samen.
De professor en ik werken al jaren samen.
moest ik werken.