Voorbeelden van het gebruik van Ik werken in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Waar in Jamaica zal ik werken?
Nu moet ik werken.
Hoe kan ik nou werken?
Als dit pensionering is, blijf ik werken.
Waar in Zuid-Afrika ga ik werken?
Liefje, ik wil bij je zijn, maar ik moet werken.
blijf ik werken voor Ascentie.
Charles en ik werken samen in New York.
Jij en ik werken en spelen samen.
Fotografen die ik bewonder werken ook in hun eigen omgeving.".
Hoe laat ik deze werken?- Met sleutels?
Hij, Cockeye, Patsy en ik werken samen.
Toen ik in verwachting was van haar, bleef ik werken tot mijn water brak.
Door mijn probleem van mijn been kan ik niet werken.
Nee, ik moest werken.
Op die manier wil ik werken met mijn organisatie.
Ik moet werken.
Hoe moet ik werken met deze man?
Mike en ik werken undercover aan een drugszaak.
Ik moet werken, mr. Underlay.