Voorbeelden van het gebruik van Immigrant in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Vermoorde pizzaman was Iraaks immigrant.
Reactie op ‘Hannity' na illegale immigrant is niet schuldig bevonden aan moord.
Vertel het me maar. Omdat niemand een immigrant gelooft, vooral niet als hij arm is.
Kasper is geen immigrant.
Het is ingewikkeld als je een immigrant bent.
Iedereen hier is een afstammeling van een immigrant.
Hij kwam naar de Verenigde Staten als een immigrant en heeft veel geld verdiend.
Hij was een immigrant.
Dat lijkt me een goede job voor een immigrant.
Eén van m'n grootouders was immigrant.
Maar je bent gewoon een immigrant.
Dan gaan ze elke immigrant een terrorist noemen….
Ik ben zelf een immigrant.
Ik weet, kleine immigrant.
Wie helpt zo'n arme immigrant nou?
Het was een immigrant.
Jorge is waarschijnlijk een immigrant uit Cuba.
Iedereen hier is een afstammeling van een immigrant.
Je bent geen immigrant.
Je bent maar een immigrant.