Voorbeelden van het gebruik van Informanten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zijn informanten zijn overal.
Dat weet ik omdat ik een telefoon heb en 1500 informanten.
Ik bel mijn informanten.
Hij was een van Wards informanten bij een zaak over een bende.
Moorden op informanten, journalisten.
Ik heb meer informanten.
We kennen de informanten.
Al onze informanten zijn vermoord.
Weet je wat ze met informanten doen?
Ze wist al dat we de informanten waren.
We kregen veel informanten.
Jullie zijn de informanten. Biecht op.
Ik begrijp dat u uw informanten wilt beschermen.
Ik creëerde dus mijn eigen informanten.
Ben je een van z'n informanten?
Ik heb veel informanten gehad.
Het zijn geen informanten.
Franco heeft geen informanten.
Op de renbaan, in bordelen. Informanten vind je in bars.
Deze regering heeft overal informanten.