Voorbeelden van het gebruik van Inplannen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wil een bezoek inplannen.
Je kunt je leven helaas niet inplannen.
Ik wil een tracheotomie inplannen.
Ik moet een paar afspraken inplannen.
Mijn kantoor zal een persconferentie inplannen.
kan ik dat wel inplannen.
Ik laat m'n kantoor je gesprek inplannen.
je het vast kunt inplannen.
Zal ik het inplannen?
Ik dacht dat we geen afspraken zouden inplannen, tijdens de opening.
Ze weet van tevoren nooit hoe ze haar inplannen.
Ik laat Margie haar inplannen.
Maar je kunt het inplannen.
Ik zal het inplannen.
jouw dood, kun je beter een herschrijving inplannen.
klik vervolgens op Een vergadering inplannen in het rechtsklikmenu.
nodige papierwerk afronden en bijgevolg een tweede meeting inplannen voor een volledig intakegesprek.
klik op de Open contactkaart pictogram en klik vervolgens in het uitbreidende vak Een vergadering inplannen, zie screenshots.
vaste ophalingen wilt inplannen, neem dan contact op met deklantenservice.
Crandall in het ziekenhuis, als je een ander gesprek wilt inplannen.