Voorbeelden van het gebruik van Inrichten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Krog opnieuw inrichten.
Ik heb alles bewust zo gelaten… zodat je alles naar je eigen wens kan inrichten.
Ik heb een kantoor voor u laten inrichten.
We moeten de boel eens anders inrichten.
Haken inslaan, depot inrichten.
zou ik het ook zo inrichten.
Je kunt mijn kantoor inrichten.
Mag ik haar kantoor inrichten? Nee?
Met deze getallen kunnen we een programma om vroegtijdige interventie inrichten.
Zagen die kerels eruit alsof ze kwamen helpen inrichten?
Ik wou vandaag verhuizen, dan kan ik zaterdag inrichten.
Ik ga ons huis opnieuw inrichten.
Nou, we willen het graag zelf inrichten.
We moeten vanavond de etalage inrichten.
toen moest ik een huis inrichten.
Kom op, wij gaan een babykamer inrichten.
Ik wou vandaag verhuizen, dan kan ik zaterdag inrichten.
Na alle tijd die ik besteed heb aan het opnieuw inrichten?
Marshall en Lily waren bijna klaar met het inrichten.
Inrichten is geen werk.