Voorbeelden van het gebruik van Intrappen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij mag de deur intrappen.
Laten we de deur intrappen.
Zonder hen mogen we geen deuren intrappen.
Ik had je deur niet mogen intrappen.
Ja, doe open voor ze de deur intrappen.
We moeten de straat op, deuren intrappen.
Ze willen gewoon deuren intrappen.
Hoe leerde jij deuren intrappen,?
Het verbaast me dat ze de deur niet intrappen.
Zal ik de deur intrappen?
We moeten hier niet te veel open deuren intrappen, daarover zijn we het allemaal eens.
Tijdens het intrappen van de koppeling blijft de adaptive cruise control ingeschakeld.
Niet de deur intrappen! Hé! hé!
Als we die deur moeten intrappen, doe ik dat zelf.
Niet intrappen, Claire.
We gaan geen deuren intrappen, maar wel aankloppen. Ik bedoel….
Ik ga ze intrappen in drie, twee, één.
Moeten we 'm intrappen? Lukt het niet?
Intrappen of forceren?
Ik ga het gas pedaal intrappen, en ik ga vooruit.