Voorbeelden van het gebruik van Jij koopt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jij koopt wat ik je opdraag te kopen. .
De makelaar wil dat jij koopt. C'est tout.
Jij koopt, wat ik je zeg om te kopen. .
Jij koopt hier alles wat indruk zal maken op Hideki.
Jij koopt wat moois en dan betaal ik de helft.
Jij koopt de jurk.
Jij koopt Old Hill niet.
Jij koopt het goeie spul.
Nee, maar jij koopt er een.
Jij koopt niets.
Donna is ontslagen en jij koopt een nieuw pak.
Jij koopt alles en we zien elkaar bij de afvalcontainers?
Jij koopt twee sandwiches.
En jij koopt van haar?
Jij koopt je loyaliteit met snoep en huidverzorgingsproducten.
Lissabon, Madrid en Schotland. Jij koopt twee eersteklas retourtickets voor me, naar Athene.
Jij koopt speelgoed voor me bij Target.
Jij koopt m'n kaartje. Reed.
Jij koopt, zij verkoopt.
Goed, maar jij koopt 'n vergrootglas voor me.